We testten het instrument bij twintig kinderen. We keken naar hoe de afname verliep, hoe kinderen reageerden en wat ouders en professionals eraan hadden. Dit zijn de belangrijkste bevindingen.
In de praktijkstudie deden twintig kinderen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking mee aan het dynamisch assessment. Elk kind doorliep vijf sessies van maximaal een half uur: een voormeting, drie trainingssessies en een nameting. We wilden vooral weten of het instrument goed afneembaar is en hoe kinderen de taken ervaren.
“Het gaat niet alleen om de score, maar om wat een kind nodig heeft om te leren.”
Wat ons opviel
De afnames verliepen over het algemeen goed. Een aantal observaties kwam steeds terug:
- Een voormeting — we kijken welke taken een kind zonder hulp kan oplossen.
- Drie trainingssessies — gericht op het aanleren van regels en strategieën, en op het trainen van leergedrag zoals aandacht, motivatie en doorzetten als het moeilijk wordt.
- Een nameting — welke taken het kind na de training zelfstandig kan, ofwel: wat heeft het kind geleerd?
Bij kinderen met een ernstigere beperking was de vooruitgang soms kleiner. Dat is waardevolle informatie: het laat zien waar het instrument extra aandacht of aanpassing nodig heeft, zodat het ook voor deze kinderen blijft aansluiten.
Wat dit betekent voor de volgende stap
De uitkomsten van deze studie helpen ons om het instrument verder te verbeteren. We scherpen de taken en de instructie aan en bereiden een grotere studie voor, waarin we onderzoeken of het instrument betrouwbaar is af te nemen en meet wat het moet meten.
Wil je meedenken of meedoen? We zoeken ouders, (interne) begeleiders, leerkrachten en orthopedagogen/psychologen die willen bijdragen. Meedoen is laagdrempelig en je wordt goed begeleid. Mail naar m.l.eding@vu.nl of gebruik het contactformulier.
